Ondersteuning

“Wij vinden bijzondere kinderen gewoon zoals wij gewone kinderen bijzonder vinden.”

Visie op de ondersteuning

Ons motto:
“Wij vinden bijzondere kinderen gewoon zoals wij
gewone kinderen bijzonder vinden.”

Bouwstenen van onze visie op (extra) ondersteuning en dus van ons onderwijs:

  • Iedere leerling met specifieke onderwijsbehoeften heeft dezelfde rechten met betrekking tot onderwijs als andere leerlingen;
  • Iedere ouder van een leerling met specifieke onderwijsbehoeften zou dezelfde keuzevrijheid van schoolkeuze moeten hebben als ouders van niet –zorgleerlingen;
  • Ouders en leerkrachten hebben elk hun eigen expertise ten aanzien van de ontwikkeling en het gedrag van een kind en delen dit met elkaar;
  • Ouders en leerkrachten spreken wederzijds verwachtingen uit over de ‘samenwerking’ en maken concrete afspraken over evaluaties en dergelijke;
  • Ouders en leerkrachten formuleren een gezamenlijke visie op de verklaring van de problematiek en zijn het eens over het plan van aanpak inclusief het tijdspad;
  • Ouders en leerkrachten stemmen de diverse verantwoordelijkheden af en geven wederzijdse grenzen aan;
  • Ouders en leerkrachten bespreken / evalueren hun ervaringen met het plan van aanpak;
  • Ouders en leerkrachten bespreken elkaars rechten en plichten.

Bij adaptief onderwijs -doelgericht en effectief omgaan met verschillen tussen leerlingen – krijgt het ene kind meer tijd, instructie of hulp van de leraar dan het andere. Essentieel in het omgaan met verschillen is hoe we naar kinderen kijken en hoe we ‘problemen’ formuleren. Onderwijsbehoeften spelen hierbij een belangrijke rol. Onderwijsbehoeften formuleer je door aan te geven wat een kind nodig heeft om een bepaald doel te bereiken. De centrale vraag is: wat vraagt het kind aan ons? Welke benadering, aanpak en instructie heeft het nodig? Tevens willen we te weten komen, hoe we onze aanpak kunnen afstemmen op datgene wat dit kind nu nodig heeft, pedagogisch en didactisch.
We zijn vooral geïnteresseerd in de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen en de condities waaronder die het beste kunnen plaatsvinden. Met name de interactie tussen leerkracht en leerling, leerling en groep biedt aanknopingspunten: wat is hierin weinig effectief en hoe kunnen we daar verandering in aanbrengen? Wat werkt wel en hoe kunnen we dat uitbreiden? Het praten over onderwijsbehoeften stimuleert ons om anders naar kinderen te kijken.

Afstemming van het onderwijsaanbod op de onderwijsbehoeften van een leerling is cruciaal. Diagnostiek, advisering en begeleiding richten zich op het verbeteren van deze afstemming: het wegnemen (of afzwakken) van factoren die een ‘probleem’ negatief beïnvloeden, het versterken van de positieve aspecten en het zoeken naar een aanpak die werkt. Deze activiteiten richten zich niet zozeer op wat er mis is met een kind, maar meer op wat het nodig heeft om bepaalde doelen te bereiken en welke aanpak een positief effect heeft.

We benoemen de onderwijsbehoeften van kinderen en vertalen deze naar het gewenste onderwijsaanbod. Werken met onderwijsbehoeften is doelgericht en stimuleert ons om ons handelen af te stemmen op wat een leerling nodig heeft. Dit biedt meer perspectief dan het opsommen van problemen en stoornissen. Daarnaast richten we ons ook op de ondersteuningsbehoeften van de leerkracht of ouders: wat zijn hun vragen, waaraan hebben zij behoefte: aan informatie, advies en/of begeleiding? Met andere woorden: wat hebben zij nodig om het kind goed te begrijpen en te ondersteunen?